Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lucht betrekt, de schuit ligt stil, Stom zwijgt het zanggetoover ;

En op de rotsen klinkt het schril : « Hulp, veerman, zet mij over!»

Een vrouwenstem, een wanhoopkreet!

De veerman ziet een sneeuwwit kleed : « Wacht! » roept hij, wijl zijn riemen Het spattend sop doorstriemen.

Plots staan zijne oogen dof en stijf Om weer als vuur te flikkeren.

Ai zie, ai zie, dwars door zijn lijf Dat bleek geraamte blikkeren.

En hoor wat wordt zijn stem nu hol :

-« De liefde liegt, de liefde is dol!

Doch laat de liefde liegen,

Mi] zal geen eed bedriegen! »

De vrouw ginds, luistert, doch zij hoort Alleen de golven klotsen;

De veerman nadert, neemt ze aan boord. En vaart weer uit de rotsen.

Sluiten