Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dweerschen. Dwarschen, doorloopen. doorkruisen.

Euzie. Het onderste deel van een strooien of pannen dak, 't welk over den muur hangt, en den regen voortwaart, van den muur weg, afwerpt. Zie l)e Bo's Idioticon.

Fee. Bij de Dwergen : Titania. — Zie verder : Oberon.

Fliefladderen. Fladderen gelijk een vlinder. Snel heen en weer fladderen.

Fortis Femina. De sterke Vrouw, van de Bijbel.

Geluchte. Zwerk, wolkenschof

Gers (spreek uit : ges). Gras.

Gerselke (spreek uit : gesselke). Grashalm.

Geslegen. Dialectvorm voor geslagen.

Ginst. Brem.

Helmen. Galmen, weergalmen.

Hendrik. Hendrik van Nassau, die te Mookerheide sneuvelde.

Horken. Scherp luisteren.

Kalle. Een akster (ekster); bezonderlijk als zij getemd of gekortvlerkt is. Zie De Bo.

Ketteren. Een geschater maken als van veel weergekaatste en dooreenslaande galmen. Zie de Bo.

Kletsen. Slaan dat het klinkt.

Knien. Dialectvorm voor knieën.

Knor. Knoest, harde knobbel, of uitstekend gedeelte van iets. Zie De Bo.

Knuit (of knuist). Knoest, knobbel.

Sluiten