Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(II)

Het wapen der in de Genealogie bedoelde familie «Van den Bergh" is:

In blauw een gouden vogel, zittende op een berg van natuurlijke kleur.

Van den Bergh.

(12) Uit den levensloop van dezen verdienstelijken Schiedamschen burger kunnen wij het volgende mededeelen:

Na te Schiedam verschillende scholen bezocht te hebben, gaf hij reeds in zijn jeugd blijk een bijzondere werkzamen aard te bezitten, en vinden wij hem op den leeftijd van 23 jaren als mede-oprichter van de Spaarbank, van welke nuttige instelling hij tot aan zijn dood medebestuurder was, en gedurende de laatste jaren van zijn leven zich het voorzitterschap van het bestuur zag opgedragen. Den 24^11 April 1830 werd hij benoemd tot Kerkmeester der Nederduitsch Hervormde Gemeente, terwijl hij later tot Secretaris-Rentmeester van dat college benoemd werd, welke betrekking hij tot aan zijn dood toe vervulde. Den i2en November 1825 werd hij benoemd tot Rentmeester der Magistraats Armkamer (thans Burgerlijk Armbestuur).

Den 4en October 1827 werd hij voor de eerste maal gekozen tot lid van den Gemeenteraad, welke betrekking hij onafgebroken nagenoeg 40 jaren vervulde. In 1837 werd hij benoemd tot Regent van de Hofjes van Belois. Hij nam deze betrekking tot aan zijn dood toe waar, en was in de laatste jaren van zijn leven Voorzitter van het College van Regenten.

Den 15e" December 1853 werd de Heer Knappert verkozen tot Lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland, en werd bij elke periodieke aftreding herbenoemd. In 1844 benoemde Z. M. den Koning hem tot Burgemeester van de gemeente Nieuwland, Korüand en 's Graveland en later ook der gemeente Kethel en Spaland, van welke gemeenten hij tevens Secretaris was.

Bij Kon. Besluit van den 8en Juni 1854 werd hij benoemd tot Burgemeester van Schiedam, terwijl hem reeds den 26e" September van datzelfde jaar de onderscheiding te beurt viel van te worden benoemd tot Ridder in de Orde van de Eikenkroon, als blijk van 'sKonings bizondere tevredenheid wegens zijn houding bij de destijds te Schiedam voorgevallen ongeregeldheden en als appreciatie voor de

Sluiten