Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(12) Hendrik van der Heim, geboortig van Vlissingen, werd den 2Óen Maart 1729 geadmitteerd tot het Groot-Burgerrecht van Schiedam. In de in sub. 13 vermelde familiebijbel vinden wij betreffende zijn beide huwelijken, en de daaruit gesproten kinderen, het navolgende vermeld:

1708.

Ik Hendrik van der Heim benevens mijn beminde vrouw Adriana Poortugael in den egten staat getreden op den 3ien Mei 1708.

1709.

den 12 Maart is mijn vrouw verlost des nagts ten tien uuren van een Soon, die wij Jan na mijn vader hebben laten noemen, en omtrent 11 uuren van een Dogter, die wij Cornelia hebben laten noemen na mijn vrouws moeder en de Soon is na agt maanden levens gestorven op den 5en November 1709.

1710.

den 2ien December des nachts elf uuren is mijn vrouw verlost van een Dogter, die wij Anna Margrieta hebben laten noemen, Anna na mijn moeder en Margrieta na mijn grootmoeder van der Heim, waarvan de getuigen syn mijn broeder Nicolaas en mijn suster Alida van der Heim.

1712.

den 3ien Mev is myn vrouw verlost van een Zoon, die wy Jan hebben laten noemen na mijn vader, waarvan de getuygen syn Constant van Zandyk en syn huysvrouw Petronella Poortugael en Nicolaas en Johanna van der Heim.

1713-

den 19 Augusty is myn vrouw verlost van een Dogter, die wy Adriana na mijn vrouw en Catrina naar myn grootmoeder Bosschaert hebben laten noemen, waarvan de getuygen zijn Jacobus Zoenius en Petronella Poortugael.

I7i5-

den 4.en Mey is myn vrouw verlost van een zoon, die wy Jan hebben laten noemen na myn vader, waarvan de getuygen zijn broeder Jasperse en suster Johanna van der Heim.

I7I7-

den i3en April is mijn vrouw verlost van een Soon, die wij Huygo hebben laten noemen na mijn vrouws vader, waarvan de getuygen zijn Willem van Ysendoorn en suster Catrina Poortugael.

Sluiten