Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tilleerd, i en 4 schuin geruit van zilver en blauw (Beyeren), 2 en 3 gekwartilleerd a. en d. in goud een zwarte leeuw getongd en genageld van rood (Henegouwen), b. en c. in goud een roode leeuw getongd en genageld van blauw (Holland).

(12) Jan van Hodenpijl wordt met zijn zoon vermeld onder de Edelen in den jare 1466 en onder de Ridderschap en Edelen, die Hertog Karei van Bourgondië in 1468 te 's Gravenhage als Graaf van Holland huldigden. Hij bewoonde de goederen zijns vaders, die gelegen waren onder Maaslandsluis en na den dood van dezen verbeurd verklaard waren geweest, doch door diens weduwe voor een bepaalden prijs waren teruggekocht.

Daar zijn moeders broeder Costijn van Haamstede, zonder kinderen na te laten, stierf, werd hij bij versterfenis Heer van Haamstede.

fclij werd verlijdt met zulke goederen, als hem aanbesterven waren door den dood van Vrouwe Lysbeth van Haemstede, zijn moeder, namelijk de helft van de heerlijkheden de Lier en Zouteveen, waarvan de andere helft aan Jan van Nyenrode behoorde a°. 1456.

«Florents, Heer van Haamstede, geeft 9 Juli 1456 alle zijne heerlijkheden en goederen bij overdrag over aan zijn zusterszoon Jan, Heer van Hodenpijl" (Rijksarch. Perk. reg. Principium).

Hij, (Jan van Hodenpijl) stierf a°. 1404 en werd in het koor der kerk te Rijswijk begraven als Johan, Heer van Hodenpijl en de Haamstede, met de volgende acht kwartieren:

Hodenpijl, Heemstede, Van der Made, Polanen, Van Haamstede, Van Cruningen, Van der Horst of Raephorst en Barlaymont.

Behalve de drie, in de Genealogie genoemde, kinderen, liet hij vermoedelijk nog een bastaardzoon na, genaamd, Tan, de Bastaard van Hodenpijl, waardoor de verstandhouding tusschen de beide echtelieden niet van de beste was, althans wij vinden in een aanteekening, «dat zij wel aan één tafel aten, maar sliepen op afzonderlijke bedden."

De wapens van Hodenpijl en Barlaymont komen in den catalogus van het Museum Meerm: Westr: te 's Gravenhage, fol. 160, voor onder de kwartieren van Thiens Spirinck, Abbas in Bern Anno 1574 in deze volgorde:

Spirinck, Hoogtwoude, Heemstede, Bremeur, Sr. de St. Paul, Poelgeest, Hodenpijl, Doorninck en Barlamont.

(13) Na zijn dood in 14.90 begon het geslacht van Hodenpijl in aanzien te verminderen, vooral daar twee zijner zoons in den strijd sneuvelden en de eenig overblijvende zoon Aldert nog te jong was, om voor de rechten zijner moeder en van zijn geslacht op te komen. De moeder van deze jonge Aldert, die met een onverzoenlijken

18

Sluiten