Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1827 als student in de Medicijnen ingeschreven. In 1828 vestigde hij zich met ter woon te Groningen, waar hij den i3en September als Med. student werd ingeschreven. Den 26en Mei 1830 deed hij »cum laude" zijn Candidaatsexamen den 3oen Mei 1832, gevolgd door zijn Doctoraals examen, mede »cum laude", terwijl hij den 4en Mei 1833 te Groningen »cum laude" tot Med. Doctor promoveerde na verdediging eener dissertatie getiteld «Brevis delineatic Cholera quo in urbe Schiedamensi regna vit (1832)".

In de jaren 1832 en 1833, gedurende de Choleraepidemie te Schiedam, vervulde hij aldaar de betrekking van Stads-Dokter, ter vervanging van zijn oom, die ongesteld was. In 1834 werd hij benoemd tot Gemeentegeneesheer te Sliedrecht, welke betrekking hij tot 1848 vervulde en zich daarna te Delft als geneesheer vestigde, alwaar hij gedurende de kort daarop volgende cholera-epidemie, geheel belangeloos een gedeelte der armen-praktijk op zich nam. Ook in 1866 toen binnen Delft de cholera was uitgebroken, verleende hij geheel belangeloos hulp aan allen die zulks behoefden en wier woning gelegen was ten westen van het Oude-Delft, tusschen de voormalige Haag- en Rotterdamsche Poorten en het uiteinde van de Buiten Watersloot.

Na het eindigen der eerste cholera-epidemie werd hem namens het Stadsbestuur van Delft, een zilveren presenteerblad, voorzien van het stedelijk wapen aangeboden, terwijl hij in 1867 na het eindigen der tweede epidemie door de gemeente Delft, uit erkentelijkheid voor de bewezen diensten begiftigd werd met een paar rijk-vergulde schoorsteen ornamenten.

Nog student zijnde was hij in 1830 mede-oprichter der Groninger Flankeur-Kompagnie, waarbij hij door zijn medestudenten tot sergeant van het 2e peleton werd verkozen, in welke betrekking hij de Tiendaagsche Veldtocht medemaakte.

Veth.

Het wapen der Schiedamsche familie »Veth" is: In groen een loopend zilveren schaap, met een blauw schildhoofd beladen mettwee gouden sterren.

<9

Sluiten