Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(57) Uit den loopbaan van dezen zeer verdienstelijken officier kunnen wij het volgende mededeelen:

Den 5en September 1854 werd hij benoemd tot Kadet aan de Kon. Militaire Academie te Breda, in Juli 1857 tot Kadet-Sergeant, terwijl hij den joen Juni 1858 bij Kon. Besluit No. 80 werd aangestesteld als 2e Luitenant der genie en hij den 2Óen Jannari 1860 bij het bataillon mineurs en sappeurs te Utrecht werd geplaatst. In 1860 werd hij in commissie naar Elden en Pannerden gezonden en werden ontwerpen door hem gemaakt vooreen fort te Elden. In 1861 deed hij te Pannerden de noodige opmetingen voor een fort op den separatiedam tusschen het Pannerdensche kanaal en de Waal. Den i8en September 1860 werd hij tot ien Luitenant benoemd en werd in April 1864 als Adjudant geplaatst bij den KolonelInspecteur in de 4e Inspectie van fortificatiën, en trad den 22en April van dat jaar te Dordrecht op.

Tot 30 April 1866 vervulde hij die betrekking, werd overgeplaatst bij den staf der genie te Delft en trad, op uitnoodiging van den Generaal-Majoor W. S. van der Hart-Beek, Inspecteur-Generaal van Fortificatiën, als diens adjudant te 's Gravenhage in functie.

Na het pensioneeren van Generaal van der Hart-Beek bleef hij als adjudant van diens opvolger Jhr. van Thye Hannes werkzaam. In 1876 werd hij eervol als Adjudant ontslagen en kwam te Haarlem in garnizoen als Eerstaanwezend Ingenieur.

Den i4«n October 1868 werd hij benoemd tot Kapitein, den 5en November 1878 tot Majoor en den ig^n April 1884 tot Luitenant-Kolonel bevorderd. Hij was de ontwerper van het Huldeblijk dat door het Nederlandsche leger werd aangeboden aan Zijne Majesteit Willem III bij diens huwelijk met Prinses Emma van WaldeckPyrmont.

Den 126" October 1880 ontving hij het officierskruis der orde van de Eikenkroon.

Onder zijn leiding werden een groot aantal militaire bouwwerken verricht, waarvan wij noemen de cavalleriekazerne en stallen te Haarlem en het fort te IJmuiden, terwijl de forten aan de Liede, Penningsveen en Spaarndam door hem verbeterd werden. Den 8en Juli 1887 aanvaardde hij het commando over het corps genietroepen te Utrecht. Z. M. de Koning van België begiftigde hem in April 1888 met het officierskruis der Leopoldsorde, terwijl hij bij Kon. Besluit van 12 Mei 1889 benoemd werd tot Ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw.

(58) Den xen September 1868 werd hij aangesteld als Kadet van de Genie bij de Kon. Mil. Academie te Breda. Gedurende den Fransch-Duitschen oorlog van 1870 werd hij als sergeant geplaatst bij de Mineurs te Zutfen. Bij Kon. Besluit No. 38 van 18 Juli 1871 werd hij benoemd

Sluiten