Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) Opgaven van het archief der Waalsche gemeente te Rotterdam.

(4) Is zij misschien dezelfde als Maria Pielat, die getrouwd was met Jacob Noorthey? (cf. Hugo de Groot en zijn geslacht, door A. A. Vorsterman van Oven, Amsterdam 1883, blz. 15).

(5) Hij is ingeschreven als phil. stud. te Leiden den i4en Sept. 1706. In F. A. Romeyn «Naamlijst der Predikanten van Friesland", wordt hij op bl. 96 ten onrechte genoemd: Phinéas Philippus en vereenzelvigd met Philippus Pielat, die Predikant was te Veenendaal en behoorde tot de onbekende tak (zie aanteekeningen in fine).

Hij moet na 1741 zijn overleden, omdat Diderik Christiaan Pielat zijn dissertatie in dat jaar aan hem opdraagt.

(6) Hij promoveerde te Leiden (ingeschreven als student den isen Sept. 1692) op een dissertatie "Illustres aliquot

uaestiones m Jure den i&en Maart 1694, die opgeraeen is aan Phinaes Pielat nntpr Philihprt Wm-itHr

Baron de Charlington, avunculus, Dnn De Beschevel, tam pater tribunus militum, quam filius subcenturio in castrio, cognati. (Univ. bibl. Leiden).

Hij is te Amsterdam begraven blijkens 't register van de begraven personen te Rijswijk: »2, 3, 4 Februari metten poosen geluyt over de Heer en Mr. Francois Constantijn De Pielat, Heer van Lekkerkerk, met syn verposinge met beyde klokken ƒ30.—." Te Amstelredam overleden en aldaar begraven.

Hoe Mr. Francois Constantin aan de heerlijkheid Lekkerkerk kwam, blijkt uit een reauest van 1747 aan 't Hof van Holland, overgegeven door zijn zoon en zijn weduwe, waarin ze zich beklagen over verkrachting hunner rechten ten opzichte van de heerlijkheid Lekkerkerk, en dat berust in het archief der Ned. Herv. Kerk te Lekkerkerk. Hierin wordt, nadat is gezegd hoe de Heerlijkheid in handen is gekomen van Engelbrecht Maurits Lodewijk Graaf van Nassau, het volgende aangetroffen: »...Dat den voorn. Maurits Lodewijk Grave van Nassauw ingevolge de respective Octroyen by hem van haer Edele Groot Mogende geobtineert, diverse considerabile Capitalen op en onaer speciaal verband van de voorschreve Heerlykheyd van de Lecq e. a. heeft genegotieert; dat door een van de Gehypotheequeerde Crediteuren bij Executie op deselve werdende geprocedeert, de voorschreven Heerlykheyd van de Leek in vier districte Perceelen van Leenen door haar Edele Groot Mogende ten verzoeke van den voornoemde Maurits Lodewijk Grave van Nassauw is gesplitst, dat Mr'. Francois Constantyn Pielat de Blagny, in September van den jaere 1722 bij executie,

Sluiten