Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij zeggen: »God heeft een braaf, een edel mensch van ons weggenomen; wij vergeten hem niet! Zijne asch ruste in vrede!"

(23/'") Uit het leven van dezen bekenden theoloog en historieschrijver ontleenen wij uit «Leven en karakter van

iohannes Hendrikus van der Palm door Dr. Nicolaas

Seets," het volgende:

De vader van Van der Palm hield te Rotterdam, later te Delfshaven een zeer bloeiende en aanzienlijke kostschool. Zijn moeder heette Machteld van Tonsbergen. Zij was, als de naam uitwijst, van een aanzienlijk geslacht, en telde onder haar dadelijke voorzaten een Malthezer Ridder, die zich van zijne gelofte had geslagen.

Na op de school van zijn vader genoegzaam onderwezen te zijn, verwisselde hij die tien jaar oud, voor de Erasmiaansche, bij welke de heer Jacobus Henricus Dreux toen ter tijd Rector was. Hij maakte aldaar zeer snelle vorderingen en overtrof spoedig en op den duur alle zijn medescholieren. Reeds op zijn vijftiende jaar had Van der Palm de Erasmiaansche school doorloopen en werd hij onder hooggespannen verwachting en met buitengewonen lof tot de academische lessen bevorderd.

Zeer uitvoerig en onderhoudend beschrijft Dr. Beets in zijn levensbericht het leven en werken aan de Leidsche Academie van Van der Palm gedurende zijn studententijd. Vooral blijkt daaruit hoe hij bij zijne medestudenien gezien was en hoe hij zich, door zijn groote kennis, boven het meerendeel hunner verhief.

Op den 5en Januari 1784 verwief Van der Palm zijn ontslag uit het Staten-Collegie, en op den ien November d. a. v. werd hij bij de Classis van Leiden en NederRijnland tot proponent aangenomen en reeds den i3en December van hetzelfde jaar werd hij tot Predikant te Maartensdijk bij Utrecht beroepen. Hij betrok de pastorie aldaar met zijn eenige zuster, doch den 14e" November 1786 trad hij in het huwelijk met mejuffrouw Alida Bussingh.

Reeds den i7en Maart 1786 kreeg hij aanzoek om hoogleeraar in de godgeleerdheid en Oostersche talen te Lingen te worden. Door verschillende omstandigheden heeft Van der Palm van deze vereerende uitnoodiging geen gebruik kunnen maken. Den 3oen October 1787 vroeg hij zijn ontslag als predikant te Maartensdijk hetwelk hem den i2en Maart van het daarop volgende jaar verleend werd.

Den ien Januari 1789 vinden wij hem werkzaam als Secretaris-Bibliothecaris van Mr. Johan Adriaan van de Perre, Heer van Nieuwerve te Middelburg.

Ook aan deze periode uit Van der Palm's leven wijdt Dr. Beets een aantal hoogst belangrijke bladzijden van zijn boek en doet hij vooral daarin uitkomen de hartelijke

Sluiten