Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vriendschap, die er tusschen den Heer Van der Perre en zijn jeugdigen Secretaris bestond.

In 1796 werd hij ter vervanging van Professor Schultens, benoemd tot Hoogleeraar in de Oostersche talen en oudheden aan de Hoogeschool te Leiden, welk ambt hn den nen Juni 1796 aanvaardde met eene redevoering »de Litteris hebraicis exornandis".

Het uitvoerend Bewind der Bataafsche Republiek benoemde hem in de maand April 1799 tot Agent van Nationale opvoeding (wat wij thans zouden noemen Minister van Onderwijs) en toen in December 1801 dit ambt werdt opgeheven, werd hij aangesteld als een der drie leden van den Raad van Binnenlandsche Zaken, welke betrekking hij tot 1805 bekleedde.

Het jaar 1806 zag hem terug te Leiden, waar hij het professoraat weder opnam, waarmede zijn politieke loopbaan besloten werd.

Van der Palm was Ridder in de Orde van de Unie en in die van den Nederlandschen Leeuw, terwijl hij tevens lid of eerelid van een groot aantal wetenschappelijke genootschappen was.

Vanaf het jaar 1784 tot 1840 verschenen een groot aantal werken van zijn hand zoowel op theologisch als historisch gebied, waaronder vooral bekend zijn «Bijbel voor de Jeugd" in 24 deelen (Leiden 1811—1834), «Geschied- en Rekenkundig Gedenkschrift van Nederlandsch Herstelling" (Amsterdam 1816) en tal van Leerredenen.

(24) I Het wapen van het oud-

adelijk geslacht Van Foreest is als volgt:

In zilver een hoekige roode dwarsbalk van vier spitsen van boven en drie geheele en twee halve van onderen.

Van Leeuwen in zijn «Batavia Illustrata" beschrijft het wapen Van Foreest als volgt: »Het wapen van Foreest is een Rode Fasce, getand onder en boven in forme

Van Foreest. van een ®a£e> °P een v eit

van Silver, contrarie als het wapen van der Woert."

In hetzelfde werk is een Genealogie van dit geslacht opgenomen, aanvangende met Herpert van Foreest, die in 1096 als een der eersten genoemd werd in een Tournooi van 150 Ridders.

Deze Genealogie loopt tot Jacob van Foreest, Burgemeester van Hoorn, die huwde Maria Sweerts. (Zie Van Leeuwen ^Batavia Illustrata", pag. 965, 966, 967).

Sluiten