Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Begeert gij hem, hij kan u niet ontgaan;

Hij zal uw schuld vergeten en vergeven,

En nemen u voor zijne Bruid weer aan.

Hij heeft u lief, o Ziel, en zal u trouwen.

Gij krijgt een Kroon, en wordt een Koningin; Men zal er lang, ja eeuwig bruiloft hou'en:

Wat sloft *) gij nog op zulk een groot gewin! In 't Paradijs is 't schooner als op Aarde;

Daar gaat en staat de schoone Serafijn, 2) En vlecht een krans uit deze Rozengaarde;

Dat zal een kroon op zijnen schedel zijn. Dat rozerood staat schoon bij gouden haren Om 't aangezicht, zóo vriendlijk en zóo zoet Alsof de dag daaruit scheen op te klaren. Dan looft hij God met kracht uit zijn gemoed. Zoo schoon, o Ziel, zoo schoon zijn uw ge-spelen 3)

Wanneer gij komt in 't redhte vaderland. Hoe zou ons niet het aardsche schoon vervelen?

Hoe zouden wij 't niet zetten aan een kant? Keer weer! keer weer! o afgeweken Ziele!

Zoo ver van huis, verdwaald in een woestijn,

Daar 't loos bedrog u nagaat op de hielen, Waarvan het eind de Dood en Hel zou zijn.

draalt.

2) Engel-vorst, Christus.

3) speelmakkers.

Sluiten