Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Duivel en Wereld, het sterfelijke lijf in uwe gevangenis, zoo heb ik mijnen Heiland en Wederbaarder 1) in mijne Ziele. Die zal mij een Hemelsch lijf geven, dat eeuwig blijft.

Verzoekt 2) het maar-alzoo; gij zult wonder ervaren. Gij zult er haast Eén in u bekomen, die u zal helpen worstelen, kampen en bidden. En of gij schoon3) niet veel woorden kunt spreken, daar leit niet aan gelegen, al kondet gij maar dat eene woord des Tollenaars: Ach God, wees mij armen | zondaar genadig. Wanneer maar uw wil met alle vernuft en zinnen in God gezet zijn, om van hem niet af te laten, al zoude schoon lijf en ziele verbrijzelen, zoo houdt gij God en breekt door Dood, Helle en Hemel en gaat in Jezus Christus' Tempel in, tegen het verweren aller duivelen. Gods toorn kan u niet vasthouden, hoe groot en machtig die ook in u zij. En of lijf en ziele in den toorn branden, en stonden midden in de Helle bij alle Duivelen, zoo scheurt gij toch daar uit en komt in Christus' Tempel; daar erlangt gij den hoogedelen en hoogwaardige PaarlenKroon 4),

Herschepper.

2) Beproeft.

3) Ofschoon.

4) Deze 2 bi. BOEHME, ed. Sch., Bd. 4, bi. 101 v., n«. 11— 13. Prent en gedicht zijn de onmiddellijke weerklank in Luyken's geest van deze beschouwingen en zeer verwant ook aan B.'s Gesprach einer erl Seele (ed. Sch. Bd. 6, bl. 575 v.v.J.

Sluiten