Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De ziele zijnde zeer verliefd op de edele deugd der zachtmoedigheid.

Zachtmoedigheid, zoo breed en hoog te roemen, o Schoone Bloem! Prinses van alle bloemen,

u heb ik lief, al wast gij onder 't kruis op eenen berg, zoo wijd en ver van huis —

nog hoop ik u te vinden en te erlangen;

wij troosten ons -de steile en harde gangen.

Gij zijt de Bloem, die JEZUS gaarne ruikt.

Als ik u hélTmet deze hand gepluikt,

en tot sieraad op mijnen boezem drage,

dan zal ik eerst mijn Bruidegom behagen,

mijn God, mijn Lief, mijn JEZUS, al mijn goed; Dan hoor ik hem zoo vriend'lijk in 't gemoed,

want zal hij ooit zijn woorden tot mij spreken,

zoo moet in mij alle onweer zijn geweken.

Als stilheid woont in mijnen diepsten grond, dan vloeit Gods woord in mij uit zijnen mond,

en leert mijn Geest hoe zij zich heeft te dragen indien zij wil haar Bruidegom behagen.

Zachtmoedigheid die mij het hert doorgrieft,

hoe is mijn ziel op u zoo zeer verliefd.

Goddelijk antwoord.

Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk be-

erven. Matth. V : 5.

Neemt mijn juk op u en leert van mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uwe zielen. Matth. XI : 29.

Sluiten