Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden. Daarom, hoe meer men zich zelf afsterft, hoe meer men aan 't rechte leven verjongd, en vernieuwd wordt en dat is het eeuwige leven.

/

Wie in het Paradijs wil wonen,

daar zooveel honderdduizend schoonen,

zoo klaar als louter kristallijn,

doorvloeit van d'eeuw'ge Zonneschijn,

zoo vriendlijk spelen voor den Heere,

die moet de ware ootmoed leeren.

Daar is geen geest, hoe schoon, hoe groot,

hoe hoog en rijkelijk vergood,

die klein'ren smaadt. Zij leven alle in diepe ootmoedigheid, 't Gevallen 1)

dat d'een in 's andren schoonheid heeft,

vergroot de vreugd, daar hij in leeft.

o Mensch! behaagt u zulk een leven,

laat vallen al wat staat verheven;

laat vallen al uw eigen iet,

'en word voor God tot stof en niet;

dat zal de Godheid u vervullen en tot een eeuw'ge koning hullen 2)

met eenen koninklijken kroon;

dan blinkt gij als de Zon zoo schoon 3).

S *

1) (welgevallen), welbehagen.

2) bekleeden.

3) Het proza kan van Böhme doch ook van Eckart of een ander middeneeuwsch mysticus zijn. Dit gedicht is echter zeer zeker

vol Böhmistische termen. Evenals wij reeds eerder (bl. 21) afzagen van aanwijizing der plaatsen in B.'s werken, kunnen voortaan ook meer algemeene opmerkingen als deze, die het geheele boekje door zouden te maken zijn, achterwege blijven. Slechts de vertalingen zullen wij aanduiden, voor zoover wij ze vonden.

Sluiten