Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus. Christus dood is uw dood, zijne opstanding uit den gave is uw -opstanding, zijn hemelvaart is uw hemelvaart, en zijn eeuwig Rijk is uw Rijk. Indien gij zijn rechte Zoon, uit zijn vleesch en bloed geboren zijt, zoo zijt gij een erfgenaam van al zijne goederen; anders kunt gij Christus' kind en erfgenaam niet zijn.

Zoo lange als het aardsche rijk in uwe Beeltenis steekt, zoo zijt gij des verdorven Adams aardsche Zoon; daar helpt geen huichelarij. Geeft zulke zoete woorden voor God als gij wilt, zoo zijt gij toch een vreemd kind1); en Gods goederen behooren u niet toe, totdat gij met den verloren zoon weder tot den Vader komt met een recht berouw en ware boete over uw verloren erfgoed. Daar a) moet gij met den wille-geest uit het aardsche leven uitgaan, en den aardschen wille verbreken (hetwelk ze-er doet), met het gemoed en den wille-geest zijn waarden schat (waartoe de wille-geest geboren was) verlaten, en moet in Gods wil ingaan. Aldaar zaait gij uw zaad in Gods Rijk, en wordt in God als een vrucht die in Gods akker wast, nieuw geboren, want uw wille ontvangt Gods kracht: Christus' geestelijk lijf (verstaat: hemelsche wezenheid, die de eeuwige diepte vervult) en daarvan wast u een nieuw geestelijk lichaam in God, dat den tijd dezes levens in t aardsche grove lichaam verborgen steekt, gelijk het goud in eenen steen. Alsdan zijt gij Gods kind, en Christus' goederen behooren u toe 3).

x) een Gode vreemd kind.

2) Dan.

3) Bl70, al 1 — Böhme, ed. Sch., Bd. 1, bl. 121, no 11 Alinea 2 en bl. 71 = id. Bd. 6, bl. 323 v„ no. 1, 2. ' '

Jezus en de Ziel 7

Sluiten