Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het XVII. Zinnebeeld.

Van het Paradijs, waar het is en hoe men dat beschouwen kan.

Het vernuft, hetwelk met Adam uit het Paradijs is uitgegaan, vraagt: waar is dat Paradijs aan te treffen? Is het ver of nabij? Is het in deze wereld, of buiten de ruimte dezer wereld boven de sterren? Waar woont dan God met de Engelen? En waar is dat lieve vaderland, daar geen dood is? Dewijl geen zon en sterren daarin zijn, zoo moet het in deze wereld niet wezen; anders was het lange al gevonden geworden.

Lieve "vernuft, niemand kan een ander daar een sleutel toe leenen, en of het schoon is dat iemand daar een sleutel toe heeft, zoo sluit hij toch voor een ander niet op1). Een ieder moet met zijn eigen sleutel opsluiten *); anders komt hij daar niet in, want~~Jë sleutel is de Heilige Geest; wanneer hij dien sleutel heeft, zoo gaat hij in en uit.

Daar is u niets naders als Hemel, Paradijs en Hel. lot welke gij genegen zijt, daar zijt gij in dien tijd het allernaaste bij. Gij zijt tusschen beiden en daar is tusschen ieder een geboorte; gij staat in deze wereld in beide de deuren en hebt beide de geboorten in u. God houdt u in ééne poorte, en roept u; en de Duivel houdt u in de andere poorte, en roept u ook. Met welken gij gaat, daar komt gij heen. De Duivel heeft in zijne hand macht, eere, wellust en vreugde, en de wortel daarin is de dood en vuur Zoo heeft God in zijn hand kruis, vervolging, jammer, armoede, smaad en ellende, en de wortel dierzelve is ook een vuur, en in het vuur een licht, en in het licht de kracht, en in de kracht het Paradijs, en in het Paradijs de Engelen, en bij de Engelen de vreugde. De logge uiterlijke oogen kunnen het niet zien, want zij zijn uit de alleruitwendigste GEBOORTE, uit deze uiterlijke wereld, en

*) open.

Sluiten