Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanneming, door een vreemde verdienste eener toegerekende genade van buiten, maar door eene kinderlijke, inwonende, gelederlijkewezenlijke genade waardoor des doods overwinnaar Christus, met zijn leven, wezen en kracht in ons opstaat van onzen dood, en heerscht en in ons werkt, als in een ranke aan zijnen wijnstok, gelijk de Schriften der Apostelen doorgaans betuigen.

Dat is geen Christen, die zich alleen met het lijden, sterven en de voldoening van CHRISTUS troost, en zich datzelve als een genade-geschenk toerekent, en evenwel een wild dier onwedergeboren blijft. Zulk een Christen is een iegelijk goddelooze. Want een ieder wil gaarne door een genadegifte zalig worden; de Duivel woude ook alzoo door een van buiten aangenomen genade wel gaarne weder een Engel zijn.

Maar dat hij zou 2) omkeeren en worden als een kind, en uit Gods genade-water der Liefde en H. Geest nieuw geboren worden, dat smaakt hem niet. Alzoo ook den titel-Christen 3) niet, die den genademantel van Christus wel omhangt, maar in de kindsheid en nieuwe geboorte mag 4) hij niet ingaan. Nochtans zegt Christus, dat hij

anders het Rijk Gods niet mag zien.s)

x) „güedliche," alles doordringende.

2) moet.

3) naamchristen.

4) wil.

5) kan.

5) BI. 90 al. 3—5 en bi. 91 = 9 Böhme, ed. Sch., Bd. 7, bl.

499 v., no. 3—8.

Sluiten