Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op ihet XXVII. Zinnebeeld.

Van een sterk aanhangen der Ziele aan God in ware gelatenheid.

Of het scheen dat gij mij verlaten woudt, o God mijn Vader! en dat gij, uw aangezicht verbergende, tot mij spraakt: Ik wil u niet — zoo wil ik toch u en anders wil ik niets als u. Mag ik u niet hebben, zoo wil ik niets; nu ik u eens lief gekregen heb, zijn mij alle dingen, die gij niet zijt, iidel, en zij mogen *) mij niet vernoegen. Gij kunt mij ook niet ontvluchten, o God, mijn Lief! Want ik bange aan uwen hals, met mijnen Wille; ik heb mijn wille van alles afgekeerd om u alleen vast te houden, ik heb mijnen wille gansch in uwen wille overgegeven. Daarom, o Heer, maa t het met mij zooals 't u op het hoogste a) behagelijk is. Ik overgeve en offere mij in den verborgen afgrond uwer Godheid, o Heere! Wilt gij mij behouden of verdoemen, dat staat in uwe macht; uw wil geschiede aan mij.

Al gingen mijn lijf en Ziele (zoo 't mogelijk ware) te niet, zoo lang als er nog een vonkje levens in mij is, zoo lang wil ik u liefhebben, zoo lang wil ik mij aan u houden en nergens anders wil ik met mijnen wille aangrijpen Met de zoetigheid der verwonde liefde bebt gij mij tot u getrokken, en gebracht tot de gevangene liefde, daar ik u niet ontloopen kon, en nu ben ik gekomen in de razende liefde. Het ga nu alles zoo 't wil, ik verlate u nimmer ™eeIAch! Dat wij aldus, zonder liegen, uit een oprecht herte spreken mochten! Daartoe helpe ons de vloeiende fontein

der eeuwige goedheid. Amen!

De mensch houde zich in 't lijden zonder vermakeh)kheid 3) der kreaturen, en zoeke geen trooster noch beklager, maar zette dat alles aan den Heere. Hij zij ongetroost en onbeklaagd tot dat de Heere komt, en hij versmade

*) vermogen, kunnen.

2) het meest.

3) vermaak, genot.

Sluiten