Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Ziele spreekt van de loutere vereeniging met God.

elijk een waterdrup, geplengd in rooden wijn,

zich zelf zoo gansch verliest aan smaak, aan reuk

en verwe,

zoo louter moet de geest in God versmolten zijn, en gansch, te gronde toe, haar' eigen wille sterven.

Dat is de eisch, die God aan zijne scheps'len doet; al wat zich hier verheft en kant1), wordt uitgespogen.

Dit doet de liefde uit een oprecht en rein gemoed dat altijd voor zijn God in kleinheid leit gebogen.

Wat dwaasheid houdt ons af van dezen waarden dood? o Zalig zinken in een zee van ware weelde,

waar de arme menschheid schoon en rijk lijk wordt vergood,

en spant de kroon van al wat de eeuw ge wijsheid beeldde. Beschouwt eens recht, mijn Ziel, vindt gij des vredes

maat

in 't eeuwig koninkrijk waar uit zoo veel gemoeden 2),

uit zooveel duizenden maar ééne WILLE gaat,

in de eeuwige oorsprong en fontein van alle goeden!

Mijn Lief, mijn Bruidegom, mijn allerschoonste Heer! Ach eenig, eeuwig EEN, mijn rijkdom, mijn hoogwaarde,

gij zijt het eenig al, en al wat ik begeer!

Wien heb ik nevens u in hemel of op aarde?

Goddelijk antwoord.

Die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, die blijlt in mij en •i ■ l. i„i vi . If.

IK ITl imili. uunaiwic.3 » * •

Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs gij Vader in mij, en ift in u, dat ook zij in ons één zijn.

Ik in hen, en gij in mij. Johanoes XVII : 21, 23.

*) tegenkant. a) gemoederen.

Sluiten