Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXXII.

Welker versiersel zij, niet hetgeen uiterlijk is (bestaande) in het vlechten des haars, en omhangen van goud of van

kleederen aan te trekken, maar de verborgen mensch des harten, in het onverderfelijk (versiersel} van eenen zachtmoedigen en stillen geest, die kostelijk is voor God. —

1 Fetrus 111 : 3, 4.

Sluiten