Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het XXXVIII. Zinnebeeld. Van Christus wonden.

Komt, laat ons met de liefhebbende Ziele in alle aanvechting, ellende en jammer dezes levens onze toevlucht nemen tot de holen des Rotssteens. Tot welk een Rotssteen? JEZUS CHRISTUS onze Heere. Want deze is de Rotssteen die door Mozes, dat is: door het Joodsche Volk meTdé roede (des Kruises) geslagen, overvloedig water van zich gaf, in voege dat men niet alleen water maar volgens het getuigenis der heilige schrift ook Olie uit deze allerhardsten steen vermocht te zuigen1). Derhalve de Profeet Jeremia ook zeide: Verlaat de steden (dat is: t gerucht en de onrust des volks) en woont in de steenrots gi, inwoners van Moab, en wordt gelijk eene duive die m den mond eens hoogen hols nestelt ■). Dat is: in de open zijde van Christus 3). Dit is de Steen, welke de Patriarch Jacob een teeken heeft opgericht, en daar hij O1'®. °P °

een bewijs der overvloeiende genade en godsdienstigheid, j Wat kan ons in deze Steenrots ontbreken, want alhier zijn wij voor al onze vijanden zeker en vrij. Hier kan de oude slang, het listige en krom-draaiende serpent met genaken. Hier zijn wij van de aarde opgenomen, en op den weg des hemels gesteld 5). Al vecht ons de wereld aan, al dreigt onsde vijand, al klaagt het vleesch, wij hebben voorwaar voor niets te vreezen, nademaal wij op den Rotssteen gefundeerd zijn. Nergens kunnen wij zoo zeker en vrij zijn als in

de wonden onzes Heeren. ,

Wat mij ontbreekt aan mij zelve, dat haal ik vrijmoe g uit het binnenste mijns Heeren, want zijn binnenste is vol en overvloeiende van genade en 't ontbreekt hem aan geene

1) Ex. 17 : 6; 1 Cor. 10 : 4.

si Jer. 48 : 28.

oh. 19 : 34.

4) Gen. 28 : 18.

*>) geplaatst.

Sluiten