Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wezen, in 't welk het reine Element is, alsook uit het duistere wezen in t Mysterie des Grims, als de oorsprong des eeuwigen, luidbaren le) wezens, waaruit de eigenschappen ontstaan, is deze zichtbare wereld geboren en geschapen als een uitgesproken geluid uit het wezen aller wezens. 17)

De Heilige Engelen 13} zijn daarom tot Kreaturen uit God gemaakt, opdat zij voor Gods herte, welke is de Zone Gods, zullen loven, zingen en spelen, jubileeren en de Hemelsche vreugde vermeerderen. 18) En waarheen zoude de Vader haar anders verordineeren, als voor de deur van zijn herte? Alle vreugde des Menschen, die in den ganschen mensche is, ontspringt uit de welbron van het herte; alzoo ook in God 'ontspringt de groote vreugde uit de welbron van zijn herte. Daarom heeft hij de Heilige Engelen uit zich zeiven geschapen, die zijn als kleine Goden naar het wezen en de qualiteiten van den ganschen God, opdat zij zullen in de Goddelijke kracht spelen, loven, zingen, op Instrumenten slaan en de opklimmende vreugde uit het herte Gods veimeerderen. 19)

De rechte liefde in de Goddelijke natuur ontspringt uit de welbron van den Zone Gods. ls) Ziet, gij Menschenkind, laat het u gezegd zijn, de Engelen weten 't vooraf wel wat de rechte liefde tot God zij; gij hebt ze van doen 20) in uw koud herte. Merkt: wanneer de lieftallige vriendelijke glans en t licht met de zoete kracht uit den Zone Gods in den ganschen Vader lichtet in alle krachten, zoo worden alle

"> »lautbar". — „Grimm": Die ewige Natur als Grund der j wrMi /-?a 'n ^erselben an sich ein wiederstreben gegen den Willen Gottes obwaltet, ein Zorn genannt (Hamiberger)

„ I £eze a,i"ea = Band 4, von der Geburt oder Bezeichnung aller Wesen, bl. 455, Kap. 16:17—20.

18) God als grondelooze wil is bij Böhme de Vader; de begrepen, geboren wil van dezen „Ungrund" heet de Zoon. Zie o.a. de Hartog, p. 107 v. (125) over het Goddelijk wezen en de Drieeenheidsleer.

19) Van hier af zijn bijna alle citaten uit de „Aurora". Deze alinea = Band 2, Aurora, Kap. 7 bl. 61 al. 4 5.

20) „Du bedarfst derselben".

Sluiten