Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

donker. Alzoo is ook de verandering des Hemels in menigerlei verwen en gestalten, maar niet op zulk een aard ") als in deze wereld, maar alles naar het opklimmen der Geesten Gods, en het licht van den Zone Gods schijnt daar eeuwig in, maar daar is evenwel de eene tijd een grooter opstijgen in de geboorte, als de andere; daarom is de wonderlijke wijsheid Gods onbegrijpelijk.

De Aarde beduidt de Hemelsche natuur of de zevende Natuurgeest, 78) waarin de beeldingen 79) en vormen en verwen opgaan; de Vogelen, Visschen en dieren beduiden de menigerlei gestalten der Figuren in den Hemel.

Dat zult gij weten — want de Geest betuigt het in den bliksem — dat in den Hemel evenwel allerlei figuren opgaan, gelijk aan de Dieren, Vogelen en Visschen dezer wereld, maar op een Hemelsche Vorm, klaarheid en aard 7?) zoowel allerlei Boomen, Spruiten en Bloemen, maar gelijk als het opgaat, alzoo vergaat het ook weder, want het wordt niet te zamen gecorporeerd als de Engelen, maar het figureert zich alzoo in de geboorte der opstijgende quali-

teiten in den Natuurgeest.

Als een figuur in een Geest gebeeld wordt, dat zij bestaat en zoo de andere Geest met dezen worstelt en overwint, zoo wordt ze weder gescheiden of veranderd, alles naar den aard der Qualiteiten, en dat is in God als een heilig

Daarom zijn ook de Kreaturen, als Dieren, Vogelen, Visschen en Wormen in deze Wereld niet tot eeuwig wezen geschapen maar tot een vergankelijk, gelijk als de figuren des Hemels ook vergaan, so)

Niet moet gij denken dat in de Goddelijke Pomp Dieren, Wormen of Kreaturen in 't Vleesch te voorschijn komen gelijk in deze wereld; neen, maar ik meen alleen e won

") „Art", Wijze.

Zie de Hartog, bl. 143, 159 enz.

™) „Bildungen". H „„

80) Deze voorgaande 6 alinea s = Aurora, bl. 133, al.

bl. 134.

Sluiten