Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derlijke proportie, kracht en geschiktheid in dezelve. 81)

Als ik nu schrijve van Boomen, Spruiten en Vruchten, zoo moet gij 't niet aardsch, gelijk als in deze Wereld verstaan; want dat is mijn meening niet, dat in den Hemel zoude wassen een doode, harde, houten Boom of Steen, die in aardsche qualiteit bestond. Neen, maar mijn meening is Hemelsch en Geestelijk, en toch waarlijk en eigenlijk alzoo; ik meen geen ander ding, dan ik het in de letter stel. 82)

De Hemelsche Salitter of krachten in malkander, baren Hemelsche verheugelijke vruchten en verwen, allerlei Boomen en Spruiten; daarop wast de schoone en liefelijke Vrucht des Levens; ook zoo gaan in deze krachten op allerlei Bloemen met schoone Hemelsche Verwen en reuk, haar smaak is menigerlei, een ieder naar zijn Qualiteit en aard, zeer Heilig, Goddelijk en verheugelijk, want ieder Qualiteit draagt zijn vrucht, gelijk als in de verdorven moordkuil 83) en 't duister dal der Aarde opgaan allerlei Boomen, Spruiten, Bloemen en Vruchten, daartoe in de Aarde schoone Gesteenten, Zilver en Goud; dat is een Voorbeeld der Hemelsche Baring. 84)

Doch gij zult dit weten, dat zich aan de eene plaats haastig 85) een Qualiteit machtiger vertoont als een ander; dan zegeviert de tweede, dan de derde, dan de vierde, dan de vijfde, dan de zesde, dan de zevende. En 't is alzoo een eeuwig worstelen, werken, en vriendelijk opstijgen der Liefde, daar zich dan in dit opstijgen de Godheid gedurig wonderlijker en onbegrijpelijker, en ondoorgrondélijker vertoont, dat alzoo de Heilige Engelen haar niet genoeg kunnen verheugen, en daarin niet genoeg kunnen gaan

81) Deze alinea = Aurora, bl. 46, regel 4—7.

82) Deze alinea Aurora, bl. 44 al. 4.

83j „Mordgrube oder Finsterthal," = de natuur na den val der Engelen. Vgl. Aurora, Kap. 14 „Das Haus der mordgruben", en de schoone beschrijving „Das Trauerhaus des Todes", bl. 181 enz.

84) Deze alinea = Aurora, bl. 44, al. 2.

85) ,,bald".

Sluiten