Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wandelen, en dat schoone TE DEUM LAUDAMUS niet genoeg kunnen zingen, naar ieder Quahteit des grooten Gods, naar zijn wonderlijke openbaring en wijsheid, en schoonheid en verwen en vrucht en gestalten. Want de Qualiteiten klimmen eeuwig en altijd zoodanig op, en bi) haar is geen begin, noch midden, noch einde. 86)

Als nu de Bliksem des Levens dat is: de Zone Gods in den middelsten cirkel in de Weigeesten Gods opgaat en zich triumpheerende vertoont, zoo klimt de Heilige Geest ook triumpheerende opwaarts. In dit opklimmen stijgt ook de Heilige Triniteit in 't Herte van de EngelenKoningen op, en een ieder triumpheert ook naar zijn

kwaliteit en aard. .

In dit opklimmen wordt het gansche Hemelsche Heir, alle Engelen triumpheerende en rijk van vreugde en het schoone TE DEUM LAUDAMUS gaat op. In dit opklimmen des Herten wordt het geluid 87) in t Herte verwekt, zoowel in den ganschen Salitter des Hemels; daar gaat dan in de Godheid op de wonderlijke en schoone Beelding 88) des Hemels in menigerlei verwen en aard, en een ieder Geest vertoont zich bijzonder in zijn gestalte.

Ik kan 't bij niets vergelijken, als bij de alleredelste sttenen, als Jerubin, Smaragden, Delfin Onix Saffier, Diamant, Jaspis, Hyacinth, Amethist, Berill, Sardis, Karbonkel en diergelijken. 89)

In zulke verwen en aard vertoont zich de Natuur-hemel Gods in 't opstijgen der Geesten Gods; als dan het licht van den Zone Gods daarin schijnt zoo is t als een heldere zee 90) van de bovenverhaalde Steenverwen. 91>

86) Deze alinea Aurora, bl. 113, al. 7.

87) „der Mercurius".

8») 'VelgeL^Ópenb. 21:19-21; de fundamenten van 't Hemelsche Jeruzalem schitteren met al de kleuren van den regen-

b°9>o^' Vgl.^penb. 4 : 5, voor Gods troon is een zee, aan kristal ^If) Deze 4 alinea's Aurora, bl. 132, al. 3—6.

Sluiten