Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach! dat wij toch Menschen-vederen hadden en konden dit naar onze kennis in den Geest uwer Zielen schrijven, hoe zoude toch menigeen omkeeren uit Sodom en Gomorra, uit Babel, en het gierige hoovaardige jammerdal, dat toch maar angst en kwaal is, vol vreeze en pijn en verschrikking. 92)

Als wij met malkander over dezen smallen weg der Vleeschelijke geboorte op gene groene Beemde komen, waar de toorn Gods niet heenreikt, dan zullen wij ons over het geleden leed wel verheugen, ofschoon wij nu des werelds Dwaas moeten zijn, en laten den Duivel in de kracht van den toorn Gods over ons heen ruischen; daar leit niet aangelegen, het zal ons in 't ander leven schooner aanstaan, alsof wij in dit leven een Koninklijke Kroon gevoerd hadden; want het is hier maar een zeer korte tijd en 't is niet waardig dat het een tijd genaamd wordt. 93) Amen.

TOEZANG

Ziet Broeders, dat is 't Vaderland Daar onze Zielen varen Na d'opgeloste Levensband En overzuchte Jaren.

Wie zou om zulk een Koninkrijk De wereld niet verlaten?

Is 't Aardsche niet maar drek en slijk En waardig om te haten?

Dat is de schoone Broederschap Die wij daar zullen vinden Om eeuwig op den hoogsten trap De vriendschap aan te binden.

En met haar in het Heilig Licht Als Kindren Gods te spelen

92 ) Deze alinea 40 Fragen (ed. Sch. Bd. 6, bl. 95, no. 15). 93) Deze alinea Aurora, bl. 214, al. 2.

Sluiten