Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIL Hoe 't met een goddelooze Ziele gaat, als haar het Lichaam afsterft.

XXIII. Van de eenige rustplaats der Ziele, welke die is.

XXIV. Een samenspraak tusschen den Verlosser, en de Verloste Ziele.

XXV. Van de menigerlei strikken- des Duivels, en hoe dezelve te ontgaan zijn.

XXVI. Van de louteringe der Ziel door lijden.

DERDE DEEL.

XXVII. Van een sterk aanhangen der Ziele aan God in ware gelatenheid.

XXVIII. Van dank en lof der Ziele aan haar Verlosser.

XXIX. Van de Vereeniging met God.

XXX. Van den sdhat des gemoeds en van de grofheid der wereldsche menschen.

XXXI. De woorden der opperste Wijsheid'; en van de ij delheid aller uitwendige dingen.

XXXII. Van de inwendige geestelijke Schoonheid.

XXXIII. Van het Rijk Gods.

XXXIV. Van weerlooze gelatenheid; hoe men in toevallen op God alleen moet zien.

XXXV. Van het arme en lijdende leven van Christus

XXXVI. Van de ware rusten

XXXVII. Van de verzegeling des herten

XXXVIII. Van Christus' wonden.

XXXIX. Van 't Eeuwige Vaderland en des zelfs Vreugde.

98

102

106

110 114

120

124 128

132

136 140 144

148 152 156 160 164

169

EINDE.

Sluiten