Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Waren meestal vrije mannen, ook wel eens ridders met hun volk. De lijfeigenen volgden onverschillig, voor hen was het koekoek eén zang ! Maar de laten der burchtheeren langs wier landgoederen zij passeerden keken hen lang na, en droomden hunkerend van de vrijheid ! Nu en dan vluchtte zeli zoo n slaaf, waagde zijn leven om de trekkers te vervoegen.

Zij trokken onder regenslag en zonnetij, vele dagen lang, en immer noordwaarts. Sommigen sloeg de wanhoop in het hart, het dorp was zoo ver achter hen, en Oostland, Oostland nog niet in 't zicht. Zij bleven achterwege, en zagen de achterhoede verdwijnen langs eenen kronkel der baan. Zij bleven waai zij waren of keerden op hunne stappen terug, heel moedeloos. Anderen vielen van uitputting, voornamelijk de laten, of eene vrouw, of een kind of een wicht. .. zij stierven op vreemde wegen. Eens gebeurde het zelf dat een man gek werd van heimwee, van terugverlangen naar zijne leemen hut aan den boschkant. t Was een

arme kolenbrander.

Nieuwe scharen volgden in even dolzinnige betrachting. Zij lachten misprijzend om de achterblijvers die zij tegen kwamen, en zongen een nieuw couplet:

Als wij binnen Oostland komen

Al onder dat hooge huis fijn,

Daar worden wij binnen gelaten,

Frisch over die heiden :

Zij heeten ons willekom zijn.

De meisjes smukten zich met kransen heidebloemen, die purper gloeiden in het najaar* De kinderen die op den wagen zaten zongen de ouderen na. De paarden, gedrenkt aan eene koele bron of aan vlietend water, hinnikten opgewekt en trappelden ongedurig in den blijen morgenstond. De laatste vuren werden uitgedoofd, en voort gingen de moedigen om andere haardsteden te vestigen.

Sluiten