Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijvers op met blij geblaas in de koperen bazuinen. Vooraan stonden de hoplieden, daarachter de havelooze geuzen, het musket aan den voet.

De oogen der manschappen tintelden van blijde ontroering, van verwachting, en zij juichten den onvermoeibaren strijder toe. — Dappere geuzen, zei hij, edele bedelaars, vijanden der tirannen ! Voor den Briel ligt onze vloot en bestookt er het Spaansche ongedierte! De stad moet vallen, kan niet wederstaan.... en dat is het sein van den algeheelen opstand, die vrede en vrijheid brengen moet over ons arm volk !... Wij rekenden niet vruchteloos op u, niet waar, o bannelingen, schild en vertrouwen der verdrukten ! Toen ik hier heen reed zong ik een lied, als bij ingeving vond ik den zang van den verlosser, van ons aller leider, van onzen trouwen prins, van Wilhelmus van Nassouwen, de Zwijger bijgenaamd !...

Ik wil het u voorzingen, en gij geuzen van te water en te land, gij zult het leeren aan het volk, in steden en dorpen, zoodat duizenden met ons zullen meêzingen den strijdkreet, eene hymne aan het vaderland.

Wilhelmus van Nassouwen

Ben ick van Duytschen bloet,

Het Vaderlandt getrouwe

Blijf ick tot in den doot,

Een prince van Oraengien

Ben ick vrij onverveert,

Den Coninck van Hispaengien Heb ick altijt ghe-eert.

Sint Aldegonde zong de vijftien strophen met onverzwakte stem. 't Was de geschiedenis van den vorst, die vervolgd werd om het recht van zijn volk te zeer te hebben lief gehad. Zoo vurig zei hij :

Sluiten