Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op kruiden voor de koorts gaf heldenmoed, Maar toch aan de ingang van het koele bos, Het donkre, griezelde het meisje 'en wijl — Maar voort, voort moest zij, heuvel op en af, Tot zij 'en blauwe plas door het geboomt Zag stralen in de zon en zang vernam, Welluidend uit 'en jongeskeel gegleên En dansende als 'en blijde kinderschaar Van klanken over 't ven van golfje op golfje:

Zonnelicht zweeft

Gezeefd door de sparren;

Glad van glanzen glimt het ven.

't Blauw met de bolle

Blinkende wolken

Rimpelt in 't rietomruiste ven.

Heerlik zo half

Omhuifd door de dommel

Dromend te drijven op 't dobberend vlot,

Te zwemmen, waar 't zonlicht

Zuiltjes van licht maakt;

Te spartelen onder de spar.

Maar boven dat blauw,

Wie boodschapt mij

Van 't heerlike, hoge Walhal?

Zou het er Zaliger zijn?

Sluiten