Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij bukte zich — slechts 't hoofd bleef boven 't ven

En gluurde er langs — zo zag zij beiden daar

En staarde 'en oogwenk stom in Bragi's oog.

Dat als 'en korenbloem stond in het graan

Der blonde lokken; toen verward en met

'En gil terug: zij schrikte de anderen.

Zo snel zij in het water konden, was

Hun aller vlucht, ze grepen naar het kleed:

Een zweefde dra omhoog, 'en ander stak

Haar arm, die 't been in 't kleed; 'en andre hielp

'En tenger blondje aan wal en blozend ging

De verste naar de kant en Bragi zag

Haar rug, haar heupen rijzen; noch in 't nat

Greep zij naar 't kleed; het wou niet aan; zo trilt

'En duif die boven zich 'en havik ziet.

Ze vloog in angstig wieken eindlik op

En heel de schaar verdween in 't wazig blauw,

Maar roerloos lagen daar de kinderen.

De nacht zond licht omlaag, wit manelicht;

't Waasde over 't kleed der maagden van het woud,

Die het midzomerfeest in reidans vierden:

IJl stoeiden ze over del en heuvelkring.

Die nacht sliep Bragi niet, het maanlichtfeest

Trok vaag van schijnsel aan z'n oog voorbij.

Hij had geen denken dan die zwanemaagd

Sluiten