Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als mond aan mond gesloten blijft; je denkt

Niet meer en wordt van zaligheid doorstroomd.

De mooiste, bruinoog Gerda, geeft zich jou,

Vraagt niets dan minne!« —»'k Weet ze niets te geven

Maar zeg, zou jij haar willen tot je vrouw

Als ik ze gaan liet?« — »Ben je dol: mijn vrouw

Moet rein zijn als de blankste leliekelk! —

»En jij, als jij niet kuis bent, acht je je

Met zo'n verleden rein genoeg voor haar?

Zal dan geen schaamt je wangen kleuren, als

Zij, de allerreinste, jou behoort?« — »Wel, nee:

De vrouw moet kuis zijn, wij ...« — »Ik zeg je jij

Niet minder of je huwliksheil is nul:

Je zinkt in eigen ogen; wee wie zover komt!« —

»Hij is 'en gek; kom, laat hem zingen, maar

Wij luistren niet!« — Doch, zie, als 'avonds weer

De spinsters zich vergaarden, vroegen zij

Om liedren en — ook 't manvolk moest wel luistren

Dan klonk 't aloud verhaal van Freie's trouw

En Gerda's zelfopoffring door de stilt.

't Drong tot hun ziel glashelder als de zang

Der leeuwerik en enklen werden reiner.

Als hij van Balder's blij ontwaken zong

En hoe het zonnepaar door kindertjes

En bijen, vogels, vlinders, bonte en witte,

Omstoeid, onzichtbaar zweefde over 't veld

Sluiten