Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Liet soms 'en traan ontglippen, zag hem aan Zo innig, dat hij haar in de arm moest knellen. Haar zucht klonk in z'n ziel als 't nachtgaalslied In 't woud, dat gloeiend in dë avond prijkt, Zo werd z'n ziel van liefde en gloed vervuld. Zij waren plechtig nu verloofd en straks — O kwelling, veertien dagen later pasl Zolang zou 't koeltje van verlangen ruisen! Zolang de zon hun beider gloed verhogen! Zolang de spreeuwen zoete minne kwelen!

Maar dan aan 't eind der feesten wachtte hun De hut, waaraan z'n makkers gaarne hem Geholpen hadden; aan het stille ven Daar zou de zoete vrede wonen, als Het hun beschoren onheil afgewend was.

Daar zou het heerlik zijn en Bragi sprak Niet anders dan op fluistertoon daarvan:

't Was als muziek voor 't blonde maagdeken. Maar soms was Bragi stout en droomde luid Van 'en blauwogig vlaskopje in hun huis; Dan boog zij 't hoofd en 't blanke nekje werd In avondpurpergloed gezet, doch met 'En kus beloofde Bragi beterschap, Om 's anderdaags hetzelfde te begaan.

»De bode nadert van Vorst SigebertU

Sluiten