Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waren de gasten naar het strijdperk van De feestdis, nauwliks had de priester tijd Met Donar's hamer ze in te zeegnen, nauw Om 't offer aan de Goden te verrichten, of Er vielen om het paar al pijlen neer, Die ritselden in 't groen geboomte op 't wijd En grazig brinkveld; Bragi's strijdlust werd Er door gewekt; te midden van de schaar Der vrouwen saamgestroomd met kinderen Gevoelde hij 'en haast naar 't slagveld, die Idoena bleek deed zijn, waar maagdeblos Haar beter had gestaan, zij trilde toen Ze hem het blanke zwaard, als zinnebeeld, Omhing en ernstig zag de jonge man Z'n vrouw bij de eerste kus in 't vochtig oog: Hij wist welk noodlot licht hem treffen kon. 't Schoolde al te zaam en velen fluisterden: »Wat prachtig paar! Hoe fier en fors is hij! Hoe sterk die bruine spierarm om haar middel! En ja, zij is toch mooi, al kijkt ze bleek; 't Is jammer van die blijde huwliksdag!» Het hinderde Idoena, Bragi zag Haar kleur en voerde haar naar Hagen's hut; Gunlod ging mee. 'En ernstig ogenblik Was 't afscheid tot de strijd. De moeder zag Haar oude droombeeld weer: de heide rood

Sluiten