Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En vlugger ging hun tred, want Wodan had 'En glimlach naar beneên tot hun gezonden.

Ook over Hagen's hut zeeg kalmte neer: Berusting gaf die glimlach: uitgeschreid Omarmden Gunlod en Idoene elkaar En elk vond in der andere ogen troost. Vermoeid viel Hagen op z'n bankje, zag De kalmte van de vrouwen even noch En viel toen rustig in 'en diepe slaap.

't Gewone leven ging in 't heidedorp, In Hagen's hut z'n oude, kalme loop En enklen hadden Bragi gauw vergeten,

Maar in Idoena leefde hij, soms door 't Gordijn van 't daagliks leven aan haar oog Onttrokken, doch om inniger opnieuw Haar toe te lachen, als zij rusttijd had. En kalm berustend zag haar trouw, blauw oog Naar Wodan's zetel op, al werd haar wang Ook bleker, bleker van het knagend leed, Dat al haar hartebloed scheen te verslinden, Het lijf van binnen uitteerde als de vlam Het brandend huis — de vensters glinsteren Verdacht en elk verwacht 'en spoedig eind. Zoo schitterden haar ogen wonder vreemd.

Sluiten