Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met zulk 'en weelde, dat zij wenen moest,

Maar van geluk na zulk 'en groots besluit.

Tot Frig sprak Wodan: »Vrouw, ontsla mij van M'n eed: één vrouw moet naar Walhalla toch Voor Bragi en ons allen; zonder haar Is 't God-zijn last voor hem, geen louter lust, Als voor 't ons wijdend lied hem nodig is!» — »Doe wat je goed dunkt: wat eens opgeweld Hier in m'n ziel wies tot 'en wilde stroom En bruisend klotste in 't arme minnend hart,

Heeft zich ter rust gelegd in de oseaan Der tijden — als 't geen storm verwekt in maagdeOf vrouweharten laat zij komen, die Ons allen zielsrust geven kan!» —

De God

Gleed neder door de sterrerijke nacht.

De deur van 't hutje woei plots open — van

De wind, zei Hagen, die hem sloot — maar ginds

Nauw zichtbaar in de walm der kienhoutspaan

Lag 't bleke kind, pas ademhalend meer.

Zij lachte, toen de deur opwoei, en zag

'En goedig man met grote zwarte hoed.

Die bij haar bed kwam staan ; z'n oog lag kalm

7*

y

Sluiten