Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1° de zoodanige, die geheel Nederlandsch geworden zijn;

2» de woorden, die geheel vreemd bleven;

3" de woorden, tusschen deze twee soorten vallende, de eigenlijk gezegde bastaardwoorden. _ . .

Over de spelling dezer woorden zal ik niet uitweiden. Dr. L. A. te Winkel heeft, in zijne Regeling der spelling voor het woordenboek der Nederlandsclie taal, de oude en nieuwe richting in de spelling besproken en op mijns inziens goede gronden, voor de eerste partij gekozen.

Wanneer een spreker op uwe Congressen met een of ander onderwerp optreedt, hebt ge recht te vragen, of zulk onderwerp belangrijk genoeg is, om eenige oogenblikken uwe aandacht te vragen en dat geldt vooral, als zoodanig onderwerp herhaaldelijk in uwe vergaderingen besproken werd. Besproken, dat geel ik gaarne toe, maar afdoende besproken, zoodat ik zou kunnen getuigen dat na de behandeling in Noord en Zuid een strijd tegen de bastaardwoorden werd aangebonden, een strijd die eindigde met het tot over de grenzen jagen van die vreemde indringers en tot een algemeen in dienst stellen van passende plaatsvervangers, dat kan ik niet toegeven.

Niet lang geleden las ik bij een onzer schrijvers de

beschuldiging:

Het baat niet, of er op bijna elk taalcongres op de bastaara-

woorden wordt gescholden.

Die beschuldiging, Mevrouwen en Mijne Heeren, deed mij innig leed; ik nam den toegeworpen handschoen op; ik vroeg mij zelfs niet af, of ik wel de bevoegde persoon was om die beschuldiging te wraken; ik koesterde de hoop, dat een zwak inleider, wanneer zijne bedoeling edel 'was, in deze vergadering licht krachtige helpers zoude vinden.

De reden van mijn optreden is u nu bekend en dus ga ik, zonder verdere inleiding, tot het door mij gekozen

onderwerp over.

In het Rijksarchief te 'sGravenhage vond ik een koninklijk besluit van 12 April 1809.

Sluiten