Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuig voor, en Hélène voelde dat er een floers voor hare oogen kwam, toen zij de laan \ an Kastanieënoord uitreden, en zij voor t laatst het vriendelijke witte huis zag, waar zij was geboren en opgevoed; — met op den voorgrond de groote rozenperken omvat in klimopranken. Maar het ergste oogenblik volgde nog; toen zij ze allen had omhelsd, en weer omhelsd, en de trein haar meevoerde; en ze in eens zich zoo heelemaal verlaten en alleen voelde, terwijl al haar lieven op het perron achterbleven, en ze hen nog zoo graag eens even had willen zoenen een laatste maal, en wist dat het niet meer kon. Daar stond haar lieve moeder, schreiend in haar zakdoek, en daarnaast papa met zijn ernstig gelaat, — dat nu zoo héél ernstig stond onder den indruk van 't afscheidoogenblik. Daar waren ook Julie en de broers, wuivend als gold het op nimmer-wederzien. — Zij viel snikkend in de zachte coupé-kussens achterover toen zij hen geen van allen meer kon onderscheiden Maar toen, in eens, richtte zij zich weer op; want zij wist dat zij straks, bij 't overgaan van 't kleine riviertje, nog even de fabriek zou kunnen zien, de welbekende, geliefde fabriek. En zij glimlachte tegen het berookte, vierkante gebouw

Sluiten