Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was, — want noch George noch zij hadden zich iets te zeggen gehad, — vroeg zij zich dikwijls af hoe het bij een weder-ontmoeting op den een of anderen tijd toch wel tusschen hen gaan zou. Maar, zooals zoo dikwijls in het leven, nu was die zoo heel anders gekomen, dat zij, beiden van zorg en leed vervuld, geen tijd hadden aan zich zeiven te denken, en elkaar natuurlijk en kalm in de oogen zagen, en onverschillig een hand gaven als iets dat van zelf sprak.

De heer Rendell was heel, heel zwak nadat hij zooeven een hevige benauwdheid had gehad. Maar hij vestigde zijn vermoeide oogen met langen, teederen blik op zijn oudste kind.

„Nu is het goed," — zeide hij. — ,,Ik was daareven zoo bang dat je niet meer bij tijds zoudt komen; — maar nu is alles in orde."

— Zij begreep hem, wat hij bedoelde. — En de kracht tot antwoorden ontbrak haar; de tranen verstikten hare stem. Zij boog zich over hem en kuste hem lang en innig. —

Ach, haar ernstig beroep had haar reeds met den dood vertrouwd gemaakt. Aan menig aandoenlijk sterfbed had zij geleerd haar zelfbeheersching te bewaren. Maar hier, waar het gold afscheid te nemen van een leven haar zoo dier-

Sluiten