Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem lag, voelde hij zich juist gedrukt, dubbel onder den invloed der treurigheid dezer laatste weken. Hij ook had zich daareven herinnerd dien anderen keer, toen Hélène en hij, vóór haar vertrek van huis, samen hier in den tuin geweest waren om bloemen te plukken; en alles wat er tusschen hen beiden was voorgevallen was hem in heldere kleuren door de gedachten gegaan. Daarom deed haar spreken, juist op dit oogenblik, hem bijna pijn, kostte het hem moeite dat niet te laten merken. Het was voor haar immers gemakkelijk genoeg, dacht hij, „alles weer goed" te noemen. Zij had zich over hèm niet te beklagen, maar hèm was door haar een onrecht aangedaan. — Zijn hoogmoed kon het haar altijd nog niet vergeven dat zij hem had afgewezen.

— Maar hij overwon zich. — Zij had gelijk. — Het moest goed zijn voortaan tusschen hen beiden; terwille van den gestorvene, die het zoo gewild had in het belang van de vrouw en kinderen door hem aan den steun van „zijn oudsten zoon" opgedragen. Er kon anders geen samenwerking tusschen hen in de toekomst mogelijk zijn; waarin hij immers naast haar zou hebben te leven, — om te zoeken niet meer het eigen

Sluiten