Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een weinig over haar eigen handelwijze, waarvan zij zich wel bewust was, dat die zich niet heelemaal liet verdedigen. Toen zij dan ook het hek van Kastanieën-oord weer binnentraden, kon zij zich in eens niet langer goed houden, en begon zenuwachtig te snikken.

„Maar Julie! — wat is er nu?" riep Hélène, werkelijk verschrikt.

— Had zij nu nog maar de armen om haar zusters hals geslagen, en gezegd: „Het spijt mij, dat ik je daareven onverdiend afsnauwde," dan had zij daardoor flinker en loyaler gehandeld dan door het toegeven aan den hoogmoed die haar ingaf te antwoorden :

„Niets; — er is niets; — ik kan je niet zeggen wat er is."

Want daardoor versterkte zij Hélène in hare overtuiging dat julies zenuwgestel in de war was, en haar thans evenzeer deed huilen zonder aanleiding, als zij daareven zonder reden zoo vinnig was geweest.

Zij ging de huiskamer in, waar George al op hen wachtte want het was het thee-uurtje; en terwijl Julie, hem ziende, gauw naar boven liep om hare betraande oogen af te wisschen, zei zij tot hem:

Sluiten