Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het George reeds een paar malen lastig had gemaakt, wist Hélène toevallig door vrouw Stevens zelve, die wel eens op I\.astanieënoord kwam helpen, en bij die gelegenheden met groote dankbaarheid gesproken had over alles wat meneer Ruijsdael voor haar deed, en, uit medelijden met haar, van haar man door de

vingers zag.

Hélène schrikte dus, toen zij juist dezen naam hoorde. Zij was overtuigd, dat Stevens George's persoon met zijn bedreigingen op het oog had, en zij zeide beschroomd:

„Je moet in de eerste plaats aan je eigen veiligheid denken. Het spreekt van zelf, dat jij meer gevaar loopt dan wij."

„Wees maar gerust. Ik heb voor alle gevallen een revolver bij mij. Overigens denk ik niet, dat de kerel ons wezenlijk zal durven aanvallen. Het is niets dan bangmakerij. Hij is waarschijnlijk dronken geweest; en weet misschien zelf niet eens meer wat hij geschreven heeft.'

Maar Hélène begreep wel dat hij haar niet de volle waarheid zeide, en dat er reden was voor Gerrit Stevens op zijn hoede te zijn. — Inderdaad was deze aan George bekend als een gevaarlijke oproermaker, die in de kroegen van het dorp

Sluiten