Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was. Toch begon het, met die aandoenlijke teederheid die een hond, ook als hij ziek is, nimmer vergeet zijn vrienden te bewijzen, flauw te kwispelstaarten zoodra George zich over hem heen boog. Zijn schrandere, heldere oogen keken daarbij zijn meester smeekend vertrouwend aan, alsof hij zeggen wilde:

„Nietwaar? Jij zult mij wel helpen; jij zult mij zoo niet laten lijden?"

Terwijl George hem van Julie, — bij wie hij nu niet langer blijven wilde,—overnam en streelde en liefkoosde, — want dat was het eenige wat hij voor hem doen kon, — vertelde zij hem het weinige wat zij wisten. Zij, die even voor een boodschap zou uitgaan, had, zooals zij gewoonlijk deed, „Run" willen meenemen. Maar, in plaats van als anders steeds het geval was, daarover door vroolijk geblaf zijn tevredenheid te kennen te geven, was hij in zijn mand blijven liggen, en had haar aangezien alsof hij vroeg om met rust te mogen worden gelaten.

Toen had een der meiden, die toevallig juist in de kamer was geweest, de opmerking gemaakt:

,,Ik geloof dat „Run' ziek is, juffrouw. Hij heeft ook zijn eten in de keuken laten staan. Hij wil niets hebben, zelfs geen stukje vleesch."

Sluiten