Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij herkende onmiddellijk Gerrit Stevens. Zijn gelaat werd wit, — niet van angst, — maar van drift, — om dien brutalen vent, — die hem den dood van zijn geliefden hond plotseling met nieuwe verbittering voor den geest bracht.

„Uit den weg," zei hij, „onmiddellijk." — En hij wilde hem wegdringen; maar ditmaal stond Stevens hem, omdat hij op zijn hoede was. Met de linkerhand hield hij zich aan het hek vast, en, nog heescher:

„Hoor je niet dat ik geld van je hebben moet? Gauw wat."

George droeg nog steeds een revolver in den zak, ofschoon hij zich niet dan in den uitersten nood daarvan zou hebben willen bedienen. „Ik waarschuw je, laat mij onmiddellijk door," zei hij, nog kalm blijvend, ofschoon met moeite, „of ik laat er je uitsmijten door mijn arbeiders."

De man siste een honend geluid tusschen de tanden: „Die heb je zoo gauw niet bij de hand, smaalde hij „Pas maar op met je bedreigingen. Ik heb je ellendigen hond doodgemaakt, en ik kan het jou ook doen."

Bij die woorden, bij de tergende bevestiging van hetgeen hij reeds zoolang, voor zich zelf begrepen had, verloor George zijn zelfbeheer-

Sluiten