Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien geest deed hij ook zijn verhaal aan den dokter, dien hij natuurlijk de oorzaak van zijn verwonding moest mee deelen.

„Wel", zeide deze. „Het is een geluk dat het zoo is afgeloopen. De snede is vrij diep, en als zij op een andere plaats was terecht gekomen had het een leelijk geval kunnen wezen.'' — Intusschen zal je arm nog wel een tijlang in een doek moeten worden gedragen. Laat juffrouw Rendell, — die toch zoo'n knappe pleegzuster is, — je morgen voorloopig maar opnieuw verbinden. Ik moet dan naar een zieke, een paar uur ver, en kan niet voor 's middags terug zijn. Dan kom ik nog wel eens kijken."

— Op Kastanieënoord begrepen ze er intusschen niets van waar George bleef dien avond. Mevrouw Rendell, héél zenuwachtig, wilde dan eens een boodschap naar de fabriek zenden om te vragen wat er gebeurd was, en vreesde het andere oogenblik weer dat George, —die misschien laat had te werken, — het kinderachtig vinden en haar kwalijk nemen zou; en Hélène, — terwijl zij hare moeder trachtte gerust te stellen, en verzekerde hoe zij zelve stellig overtuigd was dat George door arbeid werd opgehouden, — twijfelde er ondertusschen in haar hart geen oogenblik

Sluiten