Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leventje, nu reeds, zoo gauw al. — Maar, ondanks dat verstandig redeneeren betrapte zij er zich zelve gedurig op dat zij toch met heimwee er naar terug bleef verlangen, — naar die heerlijke avonden.

Het was een gure, van sneeuw zware avond.— Zij had haren dagelijkschen rondgang bij hare patienten gemaakt en wilde vóór den nacht, waarin zij heden niet behoefde te waken, nog eens naar de vrouw van Gerrit Stevens gaan zien, die heel langzaam beterende was.

Daar was het een van die treurige gevallen zooals er onder de arme menschen, en ook helaas onder de rijken, wel eens voorkomen; waarin men niet weet of het herstel een geluk is voor den patiënt of niet. _ Want, — ofschoon vrouw Stevens op dit oogenblik een tamelijk rustig leven leidde zoolang haar man in de ge\angenis zat, zij vreesde nu reeds voor het uur van zijn ontslag, waarop hij tot haar terugkeeren, haar mishandelen, en haar tot arbeiden voor hèm dwingen zou. - „Och," had zij dan ook half schreiend tot Hélène gezegd, toen de kracht van hare koorts was gebroken, en zij zich voelde herstellen:

"Och, als het niet om mijn twee bloeien van kinderen was juffrouw, dan ging ik veel liever dood."

Sluiten