Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de lange, stille dagen in treurige eenzaamheid op hare kamer doorbrengen, in spannende onzekerheid wachtend op elk nieuw bericht van Hélène, die haar van iedere verandering in den toestand getrouw op de hoogte hield.

Ondertusschen waakte deze in hopen en vreezen.

George was, ondanks de hevige koortsen, meestal bij kennis. Hij lag lijdzaam en geduldig, met gesloten oogen; en, als Hélène zijn kussens terecht legde, of hem zijn medicijnen ingaf, vergat hij nooit zijn vermoeid, zacht „Dank U,'' te herhalen, — dat haar telkens zoo weemoedig aandeed, omdat het haar toescheen dat zij immers zoo weinig voor hem kon doen.

In het begin, toen hij nog sterker was en meer sprak, had hij wel eens gezegd:

,,Het spijt mij zoo, dat ik je al die moeite geef. Ik heb nooit zware zieken opgepast, en ik zie nu eerst, wat een geduld-werk dat is."

Maar zij, vriendelijk-glimlachend: „Als ze allen waren zooals jij George, dan zou het nog al niet erg zijn. Weet je wel hoe ik soms wenschen zou, dat je een lastige patiënt waart?''

„Waarom ?"

„Omdat ik dikwijls bang ben dat je uit be-

LEVENS-ERNST. j Q

Sluiten