Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hij was te zwak en te uitgeput om er nu over te kunnen denken.

Zoo, totdat de morgen. — heel flauw, als een echte wintermorgen, — naar binnen schemerde, wachtten zij beiden op de komst van den dood. — Maar het werd licht, steeds lichter; langzaam wonnen de zonnestralen in kracht. — En de dood kwam niet. —

Toen opende hij eindelijk verwonderd de oogen en vroeg: „Hélène, is het dag?"

En zij begreep dat hij zich verbaasde daarover, over het aanbreken voor hem van een nieuwen aardschen dag, — dien hij gemeend had dat over hem nooit meer lichten zou.

— Toen herleefde, plotseling en sterk, in haar hart de blijde hoop.

Julie had bitter geschreid, toen zij den briet harer moeder ontving met de tijding van George's ziekte. Want eerst had zij het wel prettig gevonden dat het uitbreken der typhus-epidemie haar verblijf bij de familie Rahden verlengde.

O zeker, zij had wel innig medelijden met die arme, zieke menschen! Zij was goedhartig en warm-voelend genoeg, om hartelijk in hun lot

Sluiten