Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog. — Julie zelve, die haar wensch van meegaan bemerkte, maakte het haar gemakkelijk door te zeggen:

„Toe Lous ga jij ook rijden; — je zult me plezier doen met niet om mij thuis te blijven. Ik ben toch niets geen prettig gezelschap voor je; en heusch, ik ben wel graag alleen tegenwoordig.'

Maar Charles, — onder wiens geleide zijn zuster den volgenden dag gaan zou, — deed nog een krachtige poging Julie tot andere gedachten te brengen, door haar te willen overhalen hen te vergezellen.

— „Het zou je zoo goed doen eens in een vroolijke omgeving te komen", zei hij. „Wat geeft dat nu of je hier steeds thuis zit te treuren ? Daar wordt George immers toch nietbeter door."

„Dat weet ik wel; maar ik heb geen plezier aan zoo iets zoolang hij zoo ziek is. — Ik ben veel te ongerust dat hij ieder oogenblik misschien" — en, — zooals gewoonlijk, — begon Julie, die nog niet veel zelfbeheersching geleerd had, bitter te schreien.

Charles begreep zelf niet waarom hij daar nu eigenlijk haast boos om werd. — Hij was jaloersch van die vriendschap voor George, waarvoor zij hem zoo verwaarloosde.

Sluiten