Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

, Je mocht toch ook wel eens iets overhebben voor Lous en voor mij," zei hij een beetje knorrig. — ,,Als wij er nu zoo op gesteld zijn dat je meegaat —"

Zij keek hem met haar betraande oogen zóó verwijtend aan, dat hij dadelijk diep berouw had over zijn hardheid. En Lous kwam bemiddelend tusschen beide: ,,Hé neen Charles; je moet haar met rust laten. — Als zij nu liever niet wil —'' Daarmee trok zij haar broer, die reeds over zijn onhandig gezegde verlegen keek, de kamer uit. — Julie bleef alleen.

— Zij wachtte, zooals gewoonlijk, op den middagpost die haar het dagelijksch bericht van huis bracht. — En, toen zij den besteller zag aankomen, vloog zij den gang al in, om zelve de brieven uit de bus te halen. — Ja daar was er een met het welbekende handschrift van mama; — maar, — zij schrikte, — niet voor haar zelve bestemd, — aan mevrouw Rahden geadresseerd. — En, met een benauwd voorgevoel, snelde zij naar boven, naar mevrouw's eigen kamer, waar deze zich kleedde:

„O mevrouw, mag ik binnen komen? — Er is een brief voor u van mama! Ik wou zoo graag weten wat er in staat."

Sluiten